Plannen Prinsjesdag doen niets tegen wooncrisis

Op dinsdag 21 september  is de de miljoenennota gepubliceerd. Daarin staan ook de plannen van het demissionaire Kabinet op het gebied van huren en wonen.

‘Het gevoel van urgentie om de wooncrisis echt aan te pakken ontbreekt volledig. Er worden wat pleisters geplakt met 100 miljoen per jaar extra voor woningbouw, terwijl de miljardenheffing op sociale huur in stand blijft. Die boete op betaalbare huurwoningen moet er af zodat er meer sociale huurwoningen verduurzaamd en gebouwd kunnen worden en de woningen betaalbaarder kunnen worden verhuurd.’ Zo reageert Woonbonddirecteur Zeno Winkels op de gepubliceerde plannen uit de miljoenennota. In de miljoenennota is de verhuurderheffing in stand gehouden. Komend jaar kost die huurders en woningzoekenden zo’n anderhalf miljard euro. De Woonbond wil dat die heffing wordt afgeschaft en vindt dat er juist extra geld moet naar woningbouw.

Meerderheid voor noodzakelijke maatregelen
De Woonbond wijst erop dat er een meerderheid in de Tweede Kamer voor het afschaffen van de verhuurderheffing is. Winkels: ’Ze kunnen niet blijven wachten terwijl de problemen van huurders en woningzoekers zich opstapelen. Zet nu een streep door die heffing. En investeer juist extra in betaalbaar wonen.’

Te dure vrije sector en wildgroei tijdelijke contracten 
Daarnaast is er ook een meerderheid voor het aan banden leggen van de huurprijzen in de vrije sector. Winkels: ‘De Kamer moet het initiatief naar zich toetrekken. De wooncrisis heeft nu écht ingrijpen nodig.’  Ook de tijdelijke huurcontracten moeten wat de Woonbond betreft worden afgeschaft. Winkels: ‘Een groep jonge huurders hopt nu van tijdelijke oplossing tot tijdelijke oplossing. Ze komen niet aan het opbouwen van een bestaan toe.’

Bron: Woonbond

Senioren kunnen voor beweging op muurvaste woningmarkt zorgen

Senioren kunnen voor beweging op muurvaste woningmarkt zorgen: ‘Maar je moet ze wél verleiden en dat gebeurt nog niet’

Doorstroom van senioren zou één van de oplossingen kunnen zijn voor de vastgelopen woningmarkt, maar dat gaat niet van zelf. Steeds vaker worden ouderen in de woonmarkt aangemerkt als degenen die grote huurhuizen moedwillig ‘bezet’ houden, maar dat is volgens de onderzoeker Petra de Jong niet het geval. Er is zeker een groep ouderen die wil verhuizen, míts het interessant is. Je moet ouderen een aantrekkelijk en betaalbaar alternatief bieden in hun eigen omgeving.

Senioren, die vaak jarenlang in een huurwoning wonen en daarom lage lasten hebben, voor een hogere huur naar een ‘flatje’ laten verhuizen gaat niet lukken. “Onderzoek wat de wensen van ouderen zijn én doe een aanbod dat aansluit op hun wensen. Er is niet één type oudere en dus ook niet één type seniorenwoning. De discussie gaat vaak over wat ouderen achterlaten, maar de aandacht moet liggen op wat ze nodig hebben. Je moet mensen helpen en ze niet afschrikken.” Ouderenbond Anbo pleit voor de bouw van meer ‘Knarrenhofjes’ waar ouderen zelfstandig bij elkaar in een hofje wonen. Daar zou veel behoefte aan zijn.

Woningbouwverenigingen zijn volop in gesprek met ouderen. Twee ‘seniorenmakelaars’ struinen sinds 2020 namens vijf woningbouwverenigingen in de regio honkvaste senioren af. Dat is een groep die groeit. In 2035 is bijna één op de vijf Rotterdammers 65 jaar of ouder, voorspelt het CBS. De seniorenmakelaars werken in Rotterdam op basis van tips, legt Hans Böse van woningcorporatie Woonbron uit. Samen met de ‘senioren’ kijken ze wat mogelijk is. Het initiatief, gesubsidieerd door de gemeente, begon als een proef en wordt nu doorgezet. Het is een tijdrovend proces maar uiteindelijk levert het verhuizingen én aanpassingen van woningen op. Wel zit bureaucratie creatieve oplossingen in de weg, ook nu nog in deze tijd van woningnood.

Huis delen? Dan AOW gekort
Een voorbeeld: als twee ouderen (zonder liefdesrelatie) een woning gaan delen, worden ze financieel ‘bestraft’. Hun AOW wordt gekort, omdat ze samen een huishouden vormen. Die korting is voor veel ouderen een reden om niet samen een huis te betrekken. Het Rotterdamse raadslid Ellen Verkoelen van 50PLUS vindt dat er in deze tijd van woningnood geen plaats is voor dit soort regels. “Dit is te gek voor woorden. Ik ken heel veel ouderen die het om die reden niet doen. Ik weet zeker dat als deze regelgeving in Den Haag aangepast wordt, het huizen oplevert. Voor ouderen is het ook fijn omdat ze de kosten kunnen delen én het vereenzaming tegen gaat.”

Een andere creatieve optie is het splitsen van huurwoningen. Woningbouwvereniging Talis in Gelderland is daar al mee bezig. Twee mensen kunnen dan in één eengezinswoning wonen. Dit scheelt in de huur. Voor mevr. de Groot  zou het een uitkomst zijn, als ze zo kan besparen op haar huur. Haar ruime zolderetage met riant balkon staat leeg. “Als ik volgend jaar met pensioen ga, neemt mijn huur een te groot gedeelte van mijn inkomen in. Het zou fijn zijn om geld over te houden voor de leuke dingen in het leven.” Al zou ze wel compleet zelfstandig willen wonen, dus geen gemeenschappelijke ruimtes. “Als je ouderen wil laten doorstromen is het altijd maatwerk”, ziet ook onderzoeker Petra de Jong.

 

Zo splitst Talis een woning op | Foto: Woningcorporatie Talis

Woningbouwverenigingen staan ook in onze regio open voor het splitsen van woningen. Maar het is lastig, leggen Vestia, Woonstad en Woonbron uit. Splitsen is kostbaar en er moeten veel afspraken gemaakt worden met de bewoners. Ook komt er veel regelgeving bij kijken. Stichting Ouderenhuisvesting Rotterdam (SOR) bekijkt momenteel de mogelijkheden. Het onderzoek zit nog in de beginfase. “We zijn er nog niet over uit. Er moet erg zorgvuldig gekeken worden wat wel kan en wat niet. En welke panden geschikt zijn.”

Het aantal actieve woningzoekenden naar een (sociale) huurwoning bij een woningbouwvereniging in de gemeente Rotterdam is de afgelopen jaren fors toegenomen. Van ruim 45 duizend in 2016 tot meer dan 71 duizend in 2019.

Wonen als student tussen ouderen
Ouderen en jongeren zouden ook prima samen kunnen wonen. Dat blijkt in de Rotterdamse wijk Ommoord. De 23-jarige Lars woonde twee jaar lang in ouderencomplex Varenhof. Hij was ‘alarmstudent’ en woonde gratis in zijn studio in ruil voor hulp. “Ouderen hebben een alarmkastje en als er dan wat gebeurt, kwam ik in actie.” De student woonde er met veel plezier. Maar de coronatijd werd het eenzaam en besloot hij te vertrekken. Ook omdat de zorgtaken lastig te combineren waren met zijn opleiding. “Als ik er zonder verplichtingen (betaald) zou mogen wonen, zou ik het zeker doen. Het is leuk om zo te wonen.”

Wel waarschuwt Lars dat de levens van ouderen en studenten verschillen. Daarom moeten goede afspraken gemaakt worden over geluid en moet de isolatie goed zijn. “Mijn bovenbuurman was doof dus dat was niet zo’n probleem”, lacht de student. Ook waren er bewoners die gezellig een borrel mee dronken. “Het ligt er maar net aan hoe iemand van geest is. Als je begrip aan beide kanten hebt, kan het prima. We hebben een wooncrisis dus moeten we creatiever denken over huisvesting.”

Bron: Rijnmond Nieuws

 

Verhuurder mag geen administratiekosten of sleutelgeld in rekening brengen

Op 16 juli 2021 heeft de Hoge Raad bevestigd dat administratiekosten of contractkosten alleen in bijzondere omstandigheden gevraagd kunnen worden.

In de gevallen dat de door de verhuurder te leveren dienst voornamelijk het belang van de verhuurder dient of als de dienst reeds hoort tot de normale werkzaamheden van een verhuurder, zal er sprake zijn van een ‘onredelijk voordeel’. Zelfs een bedrag van enkele tientjes kan onredelijk zijn. Dit geldt ook voor corporaties.

De Hoge Raad legt in deze uitspraak uit hoe de wettelijke bepaling moet worden uitgelegd.

Extra eenmalige diensten
Eerst moet gekeken worden of de bedongen prestatie uitsluitend of voornamelijk het belang van de huurder dient. Als dat niet zo is,  dan kan pas de omvang van het voordeel voor de huurder en de kosten worden afgewogen. Een verhuurder mag bij het aangaan van de huur dus alleen kosten in rekening brengen voor extra eenmalige diensten die niet onder de normale werkzaamheden van een verhuurder horen, zoals bijvoorbeeld het plaatsen van een naamplaatje.

Achtergrond
De wet kent al jaren in art. 7:264 lid 1 BW een bepaling die het verhuurders verbiedt om kosten in rekening te brengen, als daar niet of nauwelijks een tegenprestatie vanuit de verhuurder tegenover staat. Doet de verhuurder dat toch, dan is deze bepaling nietig (niet geldig) en kan de huurder het geld terugvragen.

De achtergrond bij deze bepaling is dat een huurder voorafgaand aan het sluiten van de huurovereenkomst – zeker in de huidige overspannen woningmarkt– in een zeer zwakke positie staat. Het komt dan ook geregeld voor dat verhuurders soms honderden euro’s in rekening brengen onder de noemers ‘administratiekosten’, ‘contractkosten’ of ‘sleutelgeld’. Wat de huurder daar precies voor terugkrijgt is vaak nog maar zeer de vraag.

Bron: Aedes dossier huurbeleid en betaalbaarheid

 

Samen voor een nette omgeving

Oogje in het zeil
Bewonerskrachten zijn de ogen en oren in de wijk voor de Maastrichtse woningcorporatie Servatius en nu ook voor Woonpunt. Ze helpen de omgeving schoon en veilig te houden. De nieuwe bewonerskrachten van Woonpunt  maken kennis met ervaren krachten van woningcorporatie Servatius. In een training van een jaar leren nieuwe teams waar ze op moeten letten en hoe ze het beste hun buurtgenoten kunnen benaderen.

Twee keer per week lopen ze een rondje van anderhalf uur door hun wijk, maken een praatje en spreken bewoners aan. En af en toe organiseren ze een buurtactiviteit zoals een opschoonactie of een buitenspeeldag. Tijdens hun rondes melden ze in een appgroep aan de corporatie wat ze opvalt: kapotte verlichting, vuilnis op straat, een dichtgegroeide brandgang.

Hun meldingen worden snel opgevolgd door de corporatie, handhaving en de gemeente. Belangrijk voor de vertrouwensbasis van de bewonerskrachten in hun buurt. Servatius werkt sinds 2013 met dit concept en merkt het positieve effect als bewoners op deze manier zelf hun steentje bijdragen aan de leefbaarheid in hun eigen buurt.

 

Bron: Aedes Magazine

Tiny houses: big problems

Ze zijn flexibel en worden steeds meer ingezet om te voldoen aan een lokale en/of tijdelijke volkshuisvestelijke behoefte: tiny houses. Het verhuren van tiny houses als (sociale) woonruimte, al of niet tijdelijk, roept wel een aantal belangrijke vragen op. Daarbij komen veel verschillende juridische onderwerpen samen.

In de wens om een (tijdelijk) verhuurproject te laten slagen wordt de meest fundamentele vraag weleens uit het oog verloren: zijn de betreffende tiny houses roerend of onroerend? Met die fundamentele vraag hangen namelijk huurrechtelijke, volkshuisvestelijke, fiscaalrechtelijke, bouwrechtelijke en omgevingsrechtelijke vragen samen. Bij de realisatie van dit soort (tijdelijke) projecten wordt ook vaak de flexibiliteit van de woonvorm benadrukt en dan komt die belangrijke vraag of tiny houses onroerend zijn eens te meer bovendrijven.

Roerend of onroerend
Hoe wordt bepaald of een object roerend of onroerend is? De wet geeft het antwoord in artikel 3:3 lid 1 BW: onroerend zijn gebouwen en werken die duurzaam met de grond zijn verenigd. Maar wanneer is een gebouw duurzaam met de grond verenigd? Richtinggevend is het arrest van de Hoge Raad van 31 oktober 1997 (NJ 1998, 97). In die procedure ging het om de vraag of een portacabin duurzaam met de grond verenigd was. Het aspect dat getoetst moet worden is, kort samengevat, of het gebouw naar aard en inrichting bestemd is om duurzaam ter plaatse te blijven. Om dat te kunnen beoordelen gaat het om de bedoeling van de bouwer voor zover deze naar buiten kenbaar is. Bij deze toetsnorm valt dus op dat niet van belang is dat technisch de mogelijkheid bestaat om het bouwsel te verplaatsen. Bij de beoordeling kunnen verkeersopvattingen een rol spelen indien onzekerheid bestaat over de vraag of een object onroerend is, maar die verkeersopvattingen zijn geen zelfstandige maatstaf.

Uiteindelijk was de betreffende portacabin een onroerende zaak, onder meer omdat die:

  • visueel met een schutting was verbonden aan het naastgelegen gebouw;
  • was voorzien van een (demonteerbare) plint aan de onderzijde die tot (in) de grond reikte en één visueel geheel met de grond vormde;
  • rondom voorzien was van een goed onderhouden tuin;
  • een aparte ingang had, bereikbaar via een tegelpad;
  • aangesloten was op gas, water, licht, riool en telefoon;
  • op aandringen van de bank was bezwaard met een recht van hypotheek (welk recht alleen op onroerende zaken kan worden gevestigd);
  • fundatie had in betonpoeren en een stalen frame

Het spreekt voor zich dat precies deze vragen zich ook voordoen bij de ontwikkeling en realisatie van tiny houses. Het antwoord op de vraag of een tiny house roerend of onroerend is, is van belang voor veel andere vraagstukken op meerdere rechtsgebieden; enkele daarvan passeren de revue.

Huurtoeslag en betaalbaarheid
Woningcorporaties hebben als primaire doelstelling het bieden van betaalbare woningen voor mensen die door hun inkomen moeilijkheden ondervinden bij het vinden van passende huisvesting (art. 46 lid 1 sub a Woningwet). Mede daarom is voor woningcorporaties van belang of de huurder in aanmerking kan komen voor huurtoeslag. Het recht op huurtoeslag bestaat alleen indien sprake is van een gebouwde onroerende zaak (art. 1 sub k Wht). In dit verband is dus het belang van de vraag “roerend of onroerend” gegeven.

Invloed van publiekrechtelijke bestemming op ‘duurzaamheid’
Tiny houses worden in de praktijk gerealiseerd voor huisvesting op een bepaalde plaats die tijdelijk van aard is. Dat kan samenhangen met de publiekrechtelijke bestemming van de grond en eventuele beperkingen aan omgevingsvergunningen. Daarmee kan samenhangen de vraag of de gerealiseerde huisvesting wel bedoeld is om duurzaam ter plaatse te blijven, een en ander afhankelijk van de precieze omstandigheden. Uit het Portacabin-arrest volgt dat de vraag of het object gebouwd is om duurzaam ter plaatse te blijven van belang is om te bepalen dat object onroerend is.

Tijdelijke verhuur: de (on)mogelijkheden; verhuiskostenvergoeding
In de meeste situaties is tijdelijk verhuren niet de norm en ook niet mogelijk voor woningcorporaties. Dat kan uitdagingen opleveren als het woonproject wel tijdelijk van aard is: hoe neemt de verhuurder afscheid van haar huurders, als het einde van het project nadert? De verhuurder zal dan de huur officieel moeten opzeggen. Aangenomen dat daar een wettelijke grondslag voor bestaat (dringend eigen gebruik of verwezenlijking van een bestemmingsplan) brengt dat waarschijnlijk wel een verplichting met zich tot betaling van de verhuiskostenvergoeding van ruim € 6.000,-.

Enkel onder bepaalde voorwaarden mag een woningcorporatie zelfstandige woningen – dus: onroerende woningen – tijdelijk verhuren. Dit volgt uit artikel 48 Woningwet en artikel 22a RTIV: het moet dan gaan om bepaalde mensen uit een doelgroep (bijvoorbeeld studenten/werknemers die tijdelijke elders verblijven, mensen uit detentie of maatschappelijke opvang, tweede- en laatstekanscontracten). Een tiny house kan niet tijdelijk worden verhuurd als woonruimte als het niet onroerend is. In theorie is het dan wel mogelijk dat het object als roerende zaak wordt verhuurd, maar dan kan de huurder als gezegd weer niet in aanmerking komen voor huurtoeslag.

Bepaling huurprijs en woningwaardering
Een tiny house krijgt een bepaalde huurprijs. Maar hoe wordt die gewaardeerd? Ook hier is van belang of sprake is van een (on)zelfstandige – dus: onroerende – woning. Zou dat niet het geval zijn, dan geldt er namelijk ook geen woningwaarderingsstelsel (art. 10 lid 1 Uhw io. art. 5 lid 1 Bhw).

Overigens is er voor (roerende) woonwagens ook een waarderingsstelsel, maar al aangenomen dat een (roerend) tiny house juridisch als woonwagen kwalificeert, zal het verouderde en simplistische waarderingsstelsel voor woonwagens in de praktijk onvoldoende recht doen aan de woningkwaliteit.

Verhuurderheffing – of vrijstelling daarvan?
Op grond van de Wet maatregelen woningmarkt 2014 wordt in principe verhuurderheffing geheven van degene die het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van meer dan vijftig ‘huurwoningen’. Een huurwoning is in de Wet maatregelen woningmarkt 2014 II gedefinieerd als onroerend (art. 1.2 sub e). Als een tiny house onroerend is, telt deze in principe mee voor de verhuurderheffing – maar (onder voorwaarden) niet als een omgevingsvergunning voor maximaal 15 jaar is verleend voor een tijdelijk bouwwerk. Bij tijdelijke woonprojecten scheelt het natuurlijk in de lasten als op deze ‘vrijstelling’ met succes een beroep kan worden gedaan. Echter, daar ontstaat dan wel een spanningsveld tussen een tijdelijk bouwwerk (ten behoeve van die vrijstelling) en de bedoeling van de bouwer die het object naar aard en inrichting bestemd heeft om duurzaam ter plaatse te blijven.

BTW: andere toetsnorm (on)roerend
Voor de BTW wordt op basis van een andere norm bepaald of een object roerend of onroerend is (wat onder meer van belang is voor de vraag of de verhuur met BTW belast is). Voor de BTW draait het om de vraag of het betreffende object niet gemakkelijk te demonteren of te verplaatsen is. Met dat criterium wordt bedoeld dat het object met behoud van de oorspronkelijke functie alleen met een aanzienlijke inzet van materiaal en/of menskracht is te demonteren of te verplaatsen. Ook hier doet zich een spanningsveld voor bij de vraag of de verhuur van tiny houses een met BTW belaste prestatie is, zeker wanneer gekozen wordt voor woningen die flexibel inzetbaar en dus gemakkelijk verplaatsbaar zijn.

Afsluiting: big problems voorkomen
Uit het voorgaande blijkt dat de realisatie en verhuring van tiny houses als (tijdelijke) sociale woonruimte een aantal fundamentele vragen oproept. Een multidisciplinair advies over huurrechtelijke, volkshuisvestelijke, fiscaalrechtelijke, bouwrechtelijke en omgevingsrechtelijke factoren kan daarbij nodig zijn. VBTM Advocaten heeft als specialisme om toegelaten instellingen en institutionele verhuurders te adviseren. Wij voorzien u graag desgewenst van nader advies bij de realisatie en verhuring van tiny houses of andere flexibele woonvormen.

Tijdig advies kan nuttig zijn om big problems te voorkomen.

Bron: Pepijn Eymaal

 

Overdrachtsbelasting verhogen slecht voor volkshuisvesting

Het kabinet wil de overdrachtsbelasting voor woningbeleggers verhogen van 2 naar 8 procent en dat gaat woningcorporaties en pensioenfondsen miljarden euro’s kosten. Ook bewoners die een pand in zelfbeheer willen overnemen, hebben hieronder te lijden.

Geen overdrachtsbelasting voor jongeren
Mensen tussen de 18 en 35 jaar die een huis kopen, hoeven vanaf volgend jaar geen overdrachtsbelasting meer te betalen, zo kondigde het kabinet aan op Prinsjesdag. 35+ers blijven net als nu een overdrachtsbelasting betalen van 2 procent van de koopprijs van het huis.

Belastingverhoging voor beleggers
Beleggers die een huis kopen voor de verhuur en waarin ze niet zelf gaan wonen, gaan juist meer belasting betalen: van 2 naar 8 procent. De zogeheten ‘kosten koper’ worden bij een transactie daardoor hoger.

Miljardenverlies voor corporaties en pensioenfondsen
Het zou ‘buy-to-let’ (kopen-om-te-verhuren) beleggers wellicht ontmoedigen en huisjesmelkerij zwaarder belasten. Maar de verhoging van de overdrachtsbelasting gaat ook miljarden euro’s kosten aan de pensioenfondsen en woningcorporaties. Dat bleek uit berekeningen van vastgoedadviseur Capital Value.

Uitstel verduurzaming en bouw
Als het kabinet het tarief van de overdrachtsbelasting verhoogt, neemt de balanswaarde van bestaande woningportefeuilles af. Hierdoor kunnen woningcorporaties minder geld lenen, wat volgens Capital Value kan leiden tot vertraging of uitstel van verduurzaming van sociale huurwoningen of nieuwbouw.

Maatregel belemmert volkshuisvestelijke inspanningen corporaties
‘Bovendien kopen woningcorporaties jaarlijks duizenden woningen aan om die vervolgens betaalbaar te verhuren aan mensen met lage inkomens en middeninkomens. Daardoor hebben zij meer kans op een fijn huis. Deze belastingmaatregel belemmert dit. En het belemmert ook de verkoop van sociale huurwoningen tussen corporaties onderling, met oog op hun werkgebied’, aldus corporatievereniging Aedes op zijn website. Aedes wil dat woningcorporaties op z’n minst gecompenseerd worden voor deze belastingmaatregel.

Zelfbeheerinitiatieven en wooncoöperaties krijgen last
Ook wooncoöperaties, initiatieven van bewoners die een pand in zelfbeheer willen overnemen, zullen onder de belastingverhoging lijden. Bijvoorbeeld omdat het nóg lastiger zal worden voor deze initiatieven om hun financiering rond te krijgen.

Woonbond tegen kabinetsplan
De Woonbond is tegen dit kabinetsplan. Volgens de bond is het onverantwoord om woningcorporaties en wooncoöperaties op deze manier verder te benadelen.

Bron: Woonbond

Tijdelijke huurverlaging voor meer financiële ruimte

Minister Ollongren van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties maakt het mogelijk om huren tijdelijk te verlagen. Daarnaast neemt de minister maatregelen om starters, lage- en middeninkomens meer kans te geven op een woning binnen hun financiële mogelijkheden.

De minister heeft de wetsvoorstellen tijdelijke huurkorting en huur en inkomensgrenzen naar de Tweede Kamer gestuurd. De tijdelijke huurkorting maakt het voor de verhuurder mogelijk om de huur tijdelijk te verlagen (maximaal drie jaar). De verhuurder kan zo makkelijker een huurder helpen die bijvoorbeeld door de coronacrisis tijdelijk minder inkomsten heeft. Hierdoor krijgt de huurder financiële ruimte totdat zijn of haar inkomsten weer op peil zijn. Indien er blijvend een lager inkomen is, door bijvoorbeeld een scheiding, krijgt de huurder zo de tijd om naar een woning te zoeken die bij het nieuwe lagere inkomen past.

Maatwerk
De mogelijkheden om lokaal maatwerk toe te passen worden voor woningcorporaties, huurdersorganisaties en gemeenten verruimd. Deze lokale partijen kunnen afspreken de zogenoemde vrije toewijzingsruimte te verruimen naar maximaal 15% als hier lokaal behoefte aan is. Binnen deze vrije toewijzingsruimte kunnen woningcorporaties dan woningen toewijzen aan huishoudens die niet direct in aanmerking komen voor een sociale huurwoning bij een corporatie. Ze kunnen dit maatwerk toepassen om bijvoorbeeld starters of grote gezinnen te huisvesten. Bijvoorbeeld door ervoor te kiezen om met voorrang startende leraren of verpleegkundigen een sociale huurwoning toe te wijzen. Het huisvesten van andere doelgroepen kan ook bijdragen aan de leefbaarheid in wijken of complexen.

Huur en inkomensgrenzen
De inkomensgrens van een meerpersoonshuishouden om in aanmerking te komen voor een sociale huurwoning wordt verhoogd naar 43.126 euro, de grens voor een eenpersoonshuishouden gaat omlaag naar 35.938 euro (in de huidige situatie is er een inkomensgrens van 39.055 euro). Gezinnen met een laag middeninkomen komen zo sneller in aanmerking voor een betaalbare woning. Uit onderzoek van het Nibud blijkt dat meerpersoonshuishoudens minder bestedingsruimte hebben voor woonuitgaven dan eenpersoonshuishoudens. Dit komt door de hogere uitgaven aan boodschappen, verzekeringen, vervoer en de energierekening. Deze groep heeft daardoor meer moeite om een hogere huur te betalen.

Passende huur
Woningcorporaties en andere verhuurders kunnen in de toekomst de huur van mensen met een hoog (midden)inkomen met maximaal 50 euro (inkomen eenpersoonshuishouden boven 45.938 euro, meerpersoonshuishouden boven 53.126 euro) of 100 euro (inkomen eenpersoonshuishouden boven 55.500 euro, meerpersoonshuishouden boven 74.000 euro) verhogen. Maar de huur mag daardoor niet hoger worden dan de maximale huur van de woning op basis van het woningwaarderingsstelsel. Door een hogere huur draagt deze groep huurders bij aan het betaalbaar houden van de huren voor mensen met een laag inkomen of aan investeringen voor verbetering en verduurzaming van huurwoningen.

Bron: Rijksoverheid

 

Wetsvoorstel sluit alleenstaanden uit van sociale huur

Als het aan het kabinet ligt komen 140.000 woningzoekenden niet langer in aanmerking voor een betaalbaar huurhuis, terwijl ze met hun inkomen nauwelijks een alternatief hebben. Dat is volgens Aedes en de Woonbond het gevolg van het verlagen van de toewijzingsgrens voor alleenstaanden naar 35.938 euro. Minister Ollongren stuurde hierover gisteren een wetsvoorstel naar de Tweede Kamer.

Aedes en de Woonbond maken zich ernstig zorgen over een grote groep woningzoekenden: ‘Er is woningnood, deze mensen staan vaak al jaren op de wachtlijst. Starters en senioren hebben met deze nieuwe regels geen enkele kans meer op een betaalbaar huis. Voor een sociale huurwoning komen alleenstaanden niet meer in aanmerking, middenhuur is er nauwelijks en voor dure vrijesectorhuur en koop verdienen ze te weinig. In een periode dat mensen al onzeker zijn over hun inkomen, zorgt het kabinet voor nog meer onzekerheid over een eigen thuis en ontneemt het nog eens 140.000 mensen het zicht daarop.’

Eerlijke inkomensgrenzen

In plaats van de twee inkomensgrenzen die minister Ollongren voorstelt, willen de vertegenwoordigers van woningcorporaties en huurders drie inkomensgrenzen voor woningzoekenden: voor alleenstaanden tot 39.000 euro, voor tweepersoonshuishoudens tot 43.000 euro en voor (grote) gezinnen tot 53.000 euro. Minister Ollongren verlaagt echter de inkomensgrens voor alleenstaanden van 39.000 naar 35.938 euro en houdt vast aan een grens van 43.126 euro voor gezinnen. Ook grote gezinnen komen daardoor in de problemen; verdienen ze net iets meer – een laag middeninkomen – dan vallen ze al buiten de boot. ‘Logisch dat het kabinet de inkomensgrenzen koppelt aan de grootte van het huishouden. Maar doe het dan op een eerlijke manier. Zodat zoveel mogelijk woningzoekenden aan een huis kunnen komen’, aldus Aedes en de Woonbond.

Bron: Woonbond

Huurcommissie opent registratiepunt voor huurders die de huur niet meer kunnen betalen

De huurcommissie heeft op verzoek van minister Ollongren een registratiepunt opgezet waar huurders die door de Coronacrisis in de financiële problemen zijn geraakt  en de huur niet meer kunnen betalen een melding kunnen doen. Zo wil de minister meer zicht krijgen op hoe vaak verhuurders maatwerk weigeren voor huurders die in de knel zitten.

Het is een online registratiepunt(externe link), maar huurders die geen toegang hebben tot internet kunnen voor hun registratie contact opnemen met de helpdesk van de huurcommissie via 070-375 4300. De helpdesk is bereikbaar op werkdagen van 9.00 tot 12.00 uur en van 13.00 tot 17.00 uur.

 

‘Nauwe blik op betaalbaarheid’

Het meldpunt is dus alleen bedoeld voor mensen die de huur niet kunnen betalen, en waarbij de verhuurder geen maatwerk toepast nadat de huurder hier om heeft gevraagd. Hieruit blijkt opnieuw dat de minister een erg nauwe blik heeft als ze kijkt naar huurders die financieel in de knel komen. Huurders besparen vaak al op andere belangrijke zaken zoals lidmaatschap van een vereniging, dagelijkse boodschappen of het verwarmen van de woning.

Doe een melding
Alhoewel de Woonbond vindt dat de minister meer moet doen om huurders tegemoet te komen in de crisis, roepen we huurders die nul op het rekest kregen van hun verhuurder wel op een melding te doen bij het registratiepunt(externe link). Woonbonddirecteur Zeno Winkels: ‘Het morele appel aan verhuurders is vooralsnog het enige dat de minister doet. Dat is te mager. Maar als zelfs dat nergens toe leidt omdat verhuurders niet reageren op het pleidooi van hun huurder, is het goed dat het ministerie hier signalen over ontvangt.’

De huurcommissie benadrukt dat het registratiepunt bedoeld is om gegevens te verzamelen. Er wordt geen procedure gestart, zoals gewoonlijk bij de huurcommissie wel kan. Voor het ‘maatwerk’ bestaan immers geen wettelijke garanties waar de huurcommissie op kan toetsen.

Als u onderstaande link opent kunt u zich registreren aan de linkerkant van de pagina.
https://www.woonbond.nl/nieuws/huurcommissie-opent-registratiepunt-huurders-huur-niet-kunnen-betalen

Bron: Woonbond