Tiny houses: big problems

Ze zijn flexibel en worden steeds meer ingezet om te voldoen aan een lokale en/of tijdelijke volkshuisvestelijke behoefte: tiny houses. Het verhuren van tiny houses als (sociale) woonruimte, al of niet tijdelijk, roept wel een aantal belangrijke vragen op. Daarbij komen veel verschillende juridische onderwerpen samen.

In de wens om een (tijdelijk) verhuurproject te laten slagen wordt de meest fundamentele vraag weleens uit het oog verloren: zijn de betreffende tiny houses roerend of onroerend? Met die fundamentele vraag hangen namelijk huurrechtelijke, volkshuisvestelijke, fiscaalrechtelijke, bouwrechtelijke en omgevingsrechtelijke vragen samen. Bij de realisatie van dit soort (tijdelijke) projecten wordt ook vaak de flexibiliteit van de woonvorm benadrukt en dan komt die belangrijke vraag of tiny houses onroerend zijn eens te meer bovendrijven.

Roerend of onroerend
Hoe wordt bepaald of een object roerend of onroerend is? De wet geeft het antwoord in artikel 3:3 lid 1 BW: onroerend zijn gebouwen en werken die duurzaam met de grond zijn verenigd. Maar wanneer is een gebouw duurzaam met de grond verenigd? Richtinggevend is het arrest van de Hoge Raad van 31 oktober 1997 (NJ 1998, 97). In die procedure ging het om de vraag of een portacabin duurzaam met de grond verenigd was. Het aspect dat getoetst moet worden is, kort samengevat, of het gebouw naar aard en inrichting bestemd is om duurzaam ter plaatse te blijven. Om dat te kunnen beoordelen gaat het om de bedoeling van de bouwer voor zover deze naar buiten kenbaar is. Bij deze toetsnorm valt dus op dat niet van belang is dat technisch de mogelijkheid bestaat om het bouwsel te verplaatsen. Bij de beoordeling kunnen verkeersopvattingen een rol spelen indien onzekerheid bestaat over de vraag of een object onroerend is, maar die verkeersopvattingen zijn geen zelfstandige maatstaf.

Uiteindelijk was de betreffende portacabin een onroerende zaak, onder meer omdat die:

  • visueel met een schutting was verbonden aan het naastgelegen gebouw;
  • was voorzien van een (demonteerbare) plint aan de onderzijde die tot (in) de grond reikte en één visueel geheel met de grond vormde;
  • rondom voorzien was van een goed onderhouden tuin;
  • een aparte ingang had, bereikbaar via een tegelpad;
  • aangesloten was op gas, water, licht, riool en telefoon;
  • op aandringen van de bank was bezwaard met een recht van hypotheek (welk recht alleen op onroerende zaken kan worden gevestigd);
  • fundatie had in betonpoeren en een stalen frame

Het spreekt voor zich dat precies deze vragen zich ook voordoen bij de ontwikkeling en realisatie van tiny houses. Het antwoord op de vraag of een tiny house roerend of onroerend is, is van belang voor veel andere vraagstukken op meerdere rechtsgebieden; enkele daarvan passeren de revue.

Huurtoeslag en betaalbaarheid
Woningcorporaties hebben als primaire doelstelling het bieden van betaalbare woningen voor mensen die door hun inkomen moeilijkheden ondervinden bij het vinden van passende huisvesting (art. 46 lid 1 sub a Woningwet). Mede daarom is voor woningcorporaties van belang of de huurder in aanmerking kan komen voor huurtoeslag. Het recht op huurtoeslag bestaat alleen indien sprake is van een gebouwde onroerende zaak (art. 1 sub k Wht). In dit verband is dus het belang van de vraag “roerend of onroerend” gegeven.

Invloed van publiekrechtelijke bestemming op ‘duurzaamheid’
Tiny houses worden in de praktijk gerealiseerd voor huisvesting op een bepaalde plaats die tijdelijk van aard is. Dat kan samenhangen met de publiekrechtelijke bestemming van de grond en eventuele beperkingen aan omgevingsvergunningen. Daarmee kan samenhangen de vraag of de gerealiseerde huisvesting wel bedoeld is om duurzaam ter plaatse te blijven, een en ander afhankelijk van de precieze omstandigheden. Uit het Portacabin-arrest volgt dat de vraag of het object gebouwd is om duurzaam ter plaatse te blijven van belang is om te bepalen dat object onroerend is.

Tijdelijke verhuur: de (on)mogelijkheden; verhuiskostenvergoeding
In de meeste situaties is tijdelijk verhuren niet de norm en ook niet mogelijk voor woningcorporaties. Dat kan uitdagingen opleveren als het woonproject wel tijdelijk van aard is: hoe neemt de verhuurder afscheid van haar huurders, als het einde van het project nadert? De verhuurder zal dan de huur officieel moeten opzeggen. Aangenomen dat daar een wettelijke grondslag voor bestaat (dringend eigen gebruik of verwezenlijking van een bestemmingsplan) brengt dat waarschijnlijk wel een verplichting met zich tot betaling van de verhuiskostenvergoeding van ruim € 6.000,-.

Enkel onder bepaalde voorwaarden mag een woningcorporatie zelfstandige woningen – dus: onroerende woningen – tijdelijk verhuren. Dit volgt uit artikel 48 Woningwet en artikel 22a RTIV: het moet dan gaan om bepaalde mensen uit een doelgroep (bijvoorbeeld studenten/werknemers die tijdelijke elders verblijven, mensen uit detentie of maatschappelijke opvang, tweede- en laatstekanscontracten). Een tiny house kan niet tijdelijk worden verhuurd als woonruimte als het niet onroerend is. In theorie is het dan wel mogelijk dat het object als roerende zaak wordt verhuurd, maar dan kan de huurder als gezegd weer niet in aanmerking komen voor huurtoeslag.

Bepaling huurprijs en woningwaardering
Een tiny house krijgt een bepaalde huurprijs. Maar hoe wordt die gewaardeerd? Ook hier is van belang of sprake is van een (on)zelfstandige – dus: onroerende – woning. Zou dat niet het geval zijn, dan geldt er namelijk ook geen woningwaarderingsstelsel (art. 10 lid 1 Uhw io. art. 5 lid 1 Bhw).

Overigens is er voor (roerende) woonwagens ook een waarderingsstelsel, maar al aangenomen dat een (roerend) tiny house juridisch als woonwagen kwalificeert, zal het verouderde en simplistische waarderingsstelsel voor woonwagens in de praktijk onvoldoende recht doen aan de woningkwaliteit.

Verhuurderheffing – of vrijstelling daarvan?
Op grond van de Wet maatregelen woningmarkt 2014 wordt in principe verhuurderheffing geheven van degene die het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van meer dan vijftig ‘huurwoningen’. Een huurwoning is in de Wet maatregelen woningmarkt 2014 II gedefinieerd als onroerend (art. 1.2 sub e). Als een tiny house onroerend is, telt deze in principe mee voor de verhuurderheffing – maar (onder voorwaarden) niet als een omgevingsvergunning voor maximaal 15 jaar is verleend voor een tijdelijk bouwwerk. Bij tijdelijke woonprojecten scheelt het natuurlijk in de lasten als op deze ‘vrijstelling’ met succes een beroep kan worden gedaan. Echter, daar ontstaat dan wel een spanningsveld tussen een tijdelijk bouwwerk (ten behoeve van die vrijstelling) en de bedoeling van de bouwer die het object naar aard en inrichting bestemd heeft om duurzaam ter plaatse te blijven.

BTW: andere toetsnorm (on)roerend
Voor de BTW wordt op basis van een andere norm bepaald of een object roerend of onroerend is (wat onder meer van belang is voor de vraag of de verhuur met BTW belast is). Voor de BTW draait het om de vraag of het betreffende object niet gemakkelijk te demonteren of te verplaatsen is. Met dat criterium wordt bedoeld dat het object met behoud van de oorspronkelijke functie alleen met een aanzienlijke inzet van materiaal en/of menskracht is te demonteren of te verplaatsen. Ook hier doet zich een spanningsveld voor bij de vraag of de verhuur van tiny houses een met BTW belaste prestatie is, zeker wanneer gekozen wordt voor woningen die flexibel inzetbaar en dus gemakkelijk verplaatsbaar zijn.

Afsluiting: big problems voorkomen
Uit het voorgaande blijkt dat de realisatie en verhuring van tiny houses als (tijdelijke) sociale woonruimte een aantal fundamentele vragen oproept. Een multidisciplinair advies over huurrechtelijke, volkshuisvestelijke, fiscaalrechtelijke, bouwrechtelijke en omgevingsrechtelijke factoren kan daarbij nodig zijn. VBTM Advocaten heeft als specialisme om toegelaten instellingen en institutionele verhuurders te adviseren. Wij voorzien u graag desgewenst van nader advies bij de realisatie en verhuring van tiny houses of andere flexibele woonvormen.

Tijdig advies kan nuttig zijn om big problems te voorkomen.

Bron: Pepijn Eymaal

 

Overdrachtsbelasting verhogen slecht voor volkshuisvesting

Het kabinet wil de overdrachtsbelasting voor woningbeleggers verhogen van 2 naar 8 procent en dat gaat woningcorporaties en pensioenfondsen miljarden euro’s kosten. Ook bewoners die een pand in zelfbeheer willen overnemen, hebben hieronder te lijden.

Geen overdrachtsbelasting voor jongeren
Mensen tussen de 18 en 35 jaar die een huis kopen, hoeven vanaf volgend jaar geen overdrachtsbelasting meer te betalen, zo kondigde het kabinet aan op Prinsjesdag. 35+ers blijven net als nu een overdrachtsbelasting betalen van 2 procent van de koopprijs van het huis.

Belastingverhoging voor beleggers
Beleggers die een huis kopen voor de verhuur en waarin ze niet zelf gaan wonen, gaan juist meer belasting betalen: van 2 naar 8 procent. De zogeheten ‘kosten koper’ worden bij een transactie daardoor hoger.

Miljardenverlies voor corporaties en pensioenfondsen
Het zou ‘buy-to-let’ (kopen-om-te-verhuren) beleggers wellicht ontmoedigen en huisjesmelkerij zwaarder belasten. Maar de verhoging van de overdrachtsbelasting gaat ook miljarden euro’s kosten aan de pensioenfondsen en woningcorporaties. Dat bleek uit berekeningen van vastgoedadviseur Capital Value.

Uitstel verduurzaming en bouw
Als het kabinet het tarief van de overdrachtsbelasting verhoogt, neemt de balanswaarde van bestaande woningportefeuilles af. Hierdoor kunnen woningcorporaties minder geld lenen, wat volgens Capital Value kan leiden tot vertraging of uitstel van verduurzaming van sociale huurwoningen of nieuwbouw.

Maatregel belemmert volkshuisvestelijke inspanningen corporaties
‘Bovendien kopen woningcorporaties jaarlijks duizenden woningen aan om die vervolgens betaalbaar te verhuren aan mensen met lage inkomens en middeninkomens. Daardoor hebben zij meer kans op een fijn huis. Deze belastingmaatregel belemmert dit. En het belemmert ook de verkoop van sociale huurwoningen tussen corporaties onderling, met oog op hun werkgebied’, aldus corporatievereniging Aedes op zijn website. Aedes wil dat woningcorporaties op z’n minst gecompenseerd worden voor deze belastingmaatregel.

Zelfbeheerinitiatieven en wooncoöperaties krijgen last
Ook wooncoöperaties, initiatieven van bewoners die een pand in zelfbeheer willen overnemen, zullen onder de belastingverhoging lijden. Bijvoorbeeld omdat het nóg lastiger zal worden voor deze initiatieven om hun financiering rond te krijgen.

Woonbond tegen kabinetsplan
De Woonbond is tegen dit kabinetsplan. Volgens de bond is het onverantwoord om woningcorporaties en wooncoöperaties op deze manier verder te benadelen.

Bron: Woonbond

Tijdelijke huurverlaging voor meer financiële ruimte

Minister Ollongren van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties maakt het mogelijk om huren tijdelijk te verlagen. Daarnaast neemt de minister maatregelen om starters, lage- en middeninkomens meer kans te geven op een woning binnen hun financiële mogelijkheden.

De minister heeft de wetsvoorstellen tijdelijke huurkorting en huur en inkomensgrenzen naar de Tweede Kamer gestuurd. De tijdelijke huurkorting maakt het voor de verhuurder mogelijk om de huur tijdelijk te verlagen (maximaal drie jaar). De verhuurder kan zo makkelijker een huurder helpen die bijvoorbeeld door de coronacrisis tijdelijk minder inkomsten heeft. Hierdoor krijgt de huurder financiële ruimte totdat zijn of haar inkomsten weer op peil zijn. Indien er blijvend een lager inkomen is, door bijvoorbeeld een scheiding, krijgt de huurder zo de tijd om naar een woning te zoeken die bij het nieuwe lagere inkomen past.

Maatwerk
De mogelijkheden om lokaal maatwerk toe te passen worden voor woningcorporaties, huurdersorganisaties en gemeenten verruimd. Deze lokale partijen kunnen afspreken de zogenoemde vrije toewijzingsruimte te verruimen naar maximaal 15% als hier lokaal behoefte aan is. Binnen deze vrije toewijzingsruimte kunnen woningcorporaties dan woningen toewijzen aan huishoudens die niet direct in aanmerking komen voor een sociale huurwoning bij een corporatie. Ze kunnen dit maatwerk toepassen om bijvoorbeeld starters of grote gezinnen te huisvesten. Bijvoorbeeld door ervoor te kiezen om met voorrang startende leraren of verpleegkundigen een sociale huurwoning toe te wijzen. Het huisvesten van andere doelgroepen kan ook bijdragen aan de leefbaarheid in wijken of complexen.

Huur en inkomensgrenzen
De inkomensgrens van een meerpersoonshuishouden om in aanmerking te komen voor een sociale huurwoning wordt verhoogd naar 43.126 euro, de grens voor een eenpersoonshuishouden gaat omlaag naar 35.938 euro (in de huidige situatie is er een inkomensgrens van 39.055 euro). Gezinnen met een laag middeninkomen komen zo sneller in aanmerking voor een betaalbare woning. Uit onderzoek van het Nibud blijkt dat meerpersoonshuishoudens minder bestedingsruimte hebben voor woonuitgaven dan eenpersoonshuishoudens. Dit komt door de hogere uitgaven aan boodschappen, verzekeringen, vervoer en de energierekening. Deze groep heeft daardoor meer moeite om een hogere huur te betalen.

Passende huur
Woningcorporaties en andere verhuurders kunnen in de toekomst de huur van mensen met een hoog (midden)inkomen met maximaal 50 euro (inkomen eenpersoonshuishouden boven 45.938 euro, meerpersoonshuishouden boven 53.126 euro) of 100 euro (inkomen eenpersoonshuishouden boven 55.500 euro, meerpersoonshuishouden boven 74.000 euro) verhogen. Maar de huur mag daardoor niet hoger worden dan de maximale huur van de woning op basis van het woningwaarderingsstelsel. Door een hogere huur draagt deze groep huurders bij aan het betaalbaar houden van de huren voor mensen met een laag inkomen of aan investeringen voor verbetering en verduurzaming van huurwoningen.

Bron: Rijksoverheid

 

Wetsvoorstel sluit alleenstaanden uit van sociale huur

Als het aan het kabinet ligt komen 140.000 woningzoekenden niet langer in aanmerking voor een betaalbaar huurhuis, terwijl ze met hun inkomen nauwelijks een alternatief hebben. Dat is volgens Aedes en de Woonbond het gevolg van het verlagen van de toewijzingsgrens voor alleenstaanden naar 35.938 euro. Minister Ollongren stuurde hierover gisteren een wetsvoorstel naar de Tweede Kamer.

Aedes en de Woonbond maken zich ernstig zorgen over een grote groep woningzoekenden: ‘Er is woningnood, deze mensen staan vaak al jaren op de wachtlijst. Starters en senioren hebben met deze nieuwe regels geen enkele kans meer op een betaalbaar huis. Voor een sociale huurwoning komen alleenstaanden niet meer in aanmerking, middenhuur is er nauwelijks en voor dure vrijesectorhuur en koop verdienen ze te weinig. In een periode dat mensen al onzeker zijn over hun inkomen, zorgt het kabinet voor nog meer onzekerheid over een eigen thuis en ontneemt het nog eens 140.000 mensen het zicht daarop.’

Eerlijke inkomensgrenzen

In plaats van de twee inkomensgrenzen die minister Ollongren voorstelt, willen de vertegenwoordigers van woningcorporaties en huurders drie inkomensgrenzen voor woningzoekenden: voor alleenstaanden tot 39.000 euro, voor tweepersoonshuishoudens tot 43.000 euro en voor (grote) gezinnen tot 53.000 euro. Minister Ollongren verlaagt echter de inkomensgrens voor alleenstaanden van 39.000 naar 35.938 euro en houdt vast aan een grens van 43.126 euro voor gezinnen. Ook grote gezinnen komen daardoor in de problemen; verdienen ze net iets meer – een laag middeninkomen – dan vallen ze al buiten de boot. ‘Logisch dat het kabinet de inkomensgrenzen koppelt aan de grootte van het huishouden. Maar doe het dan op een eerlijke manier. Zodat zoveel mogelijk woningzoekenden aan een huis kunnen komen’, aldus Aedes en de Woonbond.

Bron: Woonbond

Huurcommissie opent registratiepunt voor huurders die de huur niet meer kunnen betalen

De huurcommissie heeft op verzoek van minister Ollongren een registratiepunt opgezet waar huurders die door de Coronacrisis in de financiële problemen zijn geraakt  en de huur niet meer kunnen betalen een melding kunnen doen. Zo wil de minister meer zicht krijgen op hoe vaak verhuurders maatwerk weigeren voor huurders die in de knel zitten.

Het is een online registratiepunt(externe link), maar huurders die geen toegang hebben tot internet kunnen voor hun registratie contact opnemen met de helpdesk van de huurcommissie via 070-375 4300. De helpdesk is bereikbaar op werkdagen van 9.00 tot 12.00 uur en van 13.00 tot 17.00 uur.

 

‘Nauwe blik op betaalbaarheid’

Het meldpunt is dus alleen bedoeld voor mensen die de huur niet kunnen betalen, en waarbij de verhuurder geen maatwerk toepast nadat de huurder hier om heeft gevraagd. Hieruit blijkt opnieuw dat de minister een erg nauwe blik heeft als ze kijkt naar huurders die financieel in de knel komen. Huurders besparen vaak al op andere belangrijke zaken zoals lidmaatschap van een vereniging, dagelijkse boodschappen of het verwarmen van de woning.

Doe een melding
Alhoewel de Woonbond vindt dat de minister meer moet doen om huurders tegemoet te komen in de crisis, roepen we huurders die nul op het rekest kregen van hun verhuurder wel op een melding te doen bij het registratiepunt(externe link). Woonbonddirecteur Zeno Winkels: ‘Het morele appel aan verhuurders is vooralsnog het enige dat de minister doet. Dat is te mager. Maar als zelfs dat nergens toe leidt omdat verhuurders niet reageren op het pleidooi van hun huurder, is het goed dat het ministerie hier signalen over ontvangt.’

De huurcommissie benadrukt dat het registratiepunt bedoeld is om gegevens te verzamelen. Er wordt geen procedure gestart, zoals gewoonlijk bij de huurcommissie wel kan. Voor het ‘maatwerk’ bestaan immers geen wettelijke garanties waar de huurcommissie op kan toetsen.

Als u onderstaande link opent kunt u zich registreren aan de linkerkant van de pagina.
https://www.woonbond.nl/nieuws/huurcommissie-opent-registratiepunt-huurders-huur-niet-kunnen-betalen

Bron: Woonbond

 

 

 

Het woningtekort loopt steeds verder op.

Het woningtekort loopt steeds verder op. Er zijn nu 315.000 huizen te weinig, stelt Rabobank in een nieuw rapport. Maar we hebben (gelukkig) niet zoveel daklozen. Klopt het cijfer wel en hoe kunnen we dit woningtekort ooit oplossen?

“Dat cijfer klopt”, bevestigt Peter Boelhouwer, hoogleraar woningmarkt aan de TU Delft. “Het gaat om een prognose, maar het zal niet veel schelen.”

Rabobank en andere partijen die met vergelijkbare cijfers komen, krijgen hun data van ABF Research in Delft. “Dat onderzoeksbureau rekent het ook voor het ministerie van Binnenlandse Zaken uit. Ze doen dit al jaren, al hebben ze twee jaar geleden wel hun onderzoeksmethodiek aangepast”, weet Boelhouwer.315.000 woningen te weinig, waar wonen die mensen nu?

Eerst werd uitsluitend het nationale woononderzoek gebruikt om te becijferen hoe groot het woningtekort was. Mensen werden onder meer geënquêteerd over de vraag of ze wilden verhuizen.
Maar dat gaf een vertekend beeld. “Als je in een krappe markt vraagt of mensen willen binnen een half jaar verhuizen, zeggen ze nee. Maar ze willen eigenlijk wel, maar kunnen het niet betalen. Wanneer de krapte afneemt en zij kansen zien melden ze zich weer, waardoor het gemeten tekort dan toch niet terugloopt.”

Wel willen, niet kunnen
Nu gebruikt het onderzoeksbureau volgens Boelhouwer niet meer uitsluitend deze enquêtes. “Ze kijken nu meer naar stand gegevens van het CBS. Wat is de voorraad woningen, hoeveel huishoudens zijn er en hoe ontwikkelen die zich.”
Vorig jaar zijn er bijvoorbeeld 90.000 huishoudens bijgekomen. Er zijn 80.000 huizen gebouwd en 10.000 gesloopt, dus het tekort is weer met 20.000 verhoogd.”

Aantal daklozen verdubbeld
Maar waar zijn die 315.000 mensen dan? Hoewel het aantal daklozen ook oploopt, zwerven ze zeker niet allemaal over straat. Sinds de eerste schatting in 2009, is het aantal dakloze 18- tot 65-jarigen in Nederland toegenomen van 18.000 in 2009 naar 39.000 in 2018, meldde het CBS vorig jaar nog.
“In werkelijkheid is dit aantal hoger, want tellen is lastig en daklozen in de opvang en uitgeprocedeerde asielzoekers worden niet meegeteld,” zegt de hoogleraar.

 

Mag ik op je bank slapen?
Meer dan 40.000 mensen wonen dus op straat, maar waar zijn de andere 275.000 woningzoekenden? “60.000 tot 80.000 daarvan wonen campings en vakantieparken, waar je formeel niet permanent mag wonen. Ze worden dus wel meegerekend in de tekortcijfers. Verder slapen economisch daklozen vaak bij vrienden op de bank of delen ze een huis met iemand, terwijl ze liever alleen wonen. En gescheiden mensen blijven soms noodgedwongen samenwonen.”
De grootse groep bestaat uit jongeren, die wat langer bij paps en mams blijven wonen. Boelhouwer: “Dat zijn er echt heel veel.”

Expats en laag opgeleiden
Het migratiesaldo is sinds 2015 op recordhoogte en er komen elk jaar meer mensen bij. In 2019 vestigden bijvoorbeeld 267.000 mensen zich in Nederland. Het zijn voor een deel expats, die geld hebben om een dure woning te kopen en zo anderen verdringen. Een ander deel zijn laagopgeleiden die de wachtlijsten in de sociale huur laten groeien.
Er emigreren ook mensen, maar dat zijn er zeker de laatste jaren minder dan dat erbij komen.
Het tekort aan woningen zal de komende jaren nog wel stijgen, denkt Boelhouwer, ook omdat het CBS schat dat de bevolking ook volgend jaar weer met 105.000 mensen toeneemt.

Prefab woningen
Hij verder vindt hij dat ontwikkelaar meer ‘prefab’ moeten bouwen. Dat is goedkoper, lost het tekort aan bouwvakkers op en gaat sneller.
“Verder moet je wat flexibeler denken. Zet bijvoorbeeld ergens woningen neer voor tien tot vijftien jaar. Die zijn geschikt voor spoedzoekers zoals gescheiden mensen, studenten of arbeidsmigranten. En het is bij tijdelijke woningen vaak makkelijker om het bestemmingsplan te wijzigen.”
Het grootste probleem is namelijk niet het tekort aan bouwvakkers, de juridische procedures of de gestegen migratie. “Het gebrek aan ambtenaren bij gemeentes is het belangrijkste probleem. Bouwvergunningen worden maar traag verstrekt, er is niemand die bezig is met de toekomst. Als je wilt bouwen, moet je nu al gaan plannen.”

Woning splitsen
Verder zouden we bestaande woningen kunnen splitsen of uitbouwen, bijvoorbeeld door er een extra verdieping op te zetten. “Je zou dan wettelijk een splitshypotheek mogelijk moeten maken.”
Boelhouwer ziet wel een lichtpunt. De politiek ziet de urgentie van de problemen in, bleek tijdens het Kamerdebat. “Dat is pure winst. Tot voor kort werd ontkend dat er een probleem was, er werd gedacht dat het vanzelf wel goed zou komen.”

Bron: RTLZ

 

 

Ingreep bij voormalig vliegveld Valkenburg ‘goed signaal’: ‘Rijk mag best tanden laten zien’

Ingreep bij voormalig vliegveld Valkenburg ‘goed signaal’: ‘Rijk mag best tanden laten zien’
Een goede zet vindt Peter Boelhouwer, hoogleraar woningmarkt aan de TU Delft, dat de overheid heeft ingegrepen bij het voormalig vliegveld Valkenburg. Nooit eerder is dit volgens hem gebeurd. “Als gemeenten maar blijven treuzelen met het bouwen van woningen, mag het Rijk best haar tanden laten zien.”
Maar liefst vijftien jaar werd er al gesteggeld over woningbouw op het voormalige vliegveld in Katwijk. Eindelijk werd er gisteren een knoop doorgehakt: de 5.000 woningen gaan er gewoon komen. Niet de gemeente, maar het Rijk maakte deze beslissing, wat hoogst uitzonderlijk is. Normaal wordt woningbouw overgelaten aan gemeenten. Volgens Boelhouwer is het zelfs zo uniek, dat het naar zijn weten, nog nooit eerder is gebeurd.

Was u verrast?
“Nee, dat toch niet helemaal, want er was al een paar keer in de Tweede Kamer mee gedreigd. CDA, D66 en VVD hadden al eerder de minister opgeroepen dit te gaan doen. Het is ook zo hard nodig. De bouwvergunningen zijn vorig jaar ingezakt, de stikstofcrisis is er. De productie van woningen moet echt fors omhoog.”

U vindt het dus een goede stap.
“Ja, het is een goed signaal. De situatie op het voormalig vliegveld van Valkenburg was een klein drama, al jaren lagen de plannen stil, terwijl je er wel 5.000 woningen kunt bouwen.”

Er is grote woningnood in Nederland. Verwacht u dat de overheid dit nu vaker gaat doen?
“Het zal misschien op nog wel een à twee plekken gaan gebeuren. Ook op Rijnenburg in Utrecht en de Zuidplaspolder zijn problemen. Het zou me niets verbazen als daar ook een keer wordt ingegrepen.”

Maar dat zijn maar twee projecten. Moet de overheid niet gewoon weer de regie in handen nemen?
“Nee, dat denk ik niet. Woningbouw moet blijven bij provincies en gemeenten. Ik denk dat het alleen goed is als de rijksoverheid ingrijpt als een project echt compleet vastzit. Op dit moment lopen er regiodeals door het hele land, waar belangrijke projecten worden besproken. Als nou uit deze onderhandelingen blijkt dat een gemeente voor obstructie zorgt, dan zou je dit soort instrumenten kunnen inzetten. Zie het als een paardenmiddel.”

Waarom heeft de overheid nou juist hier ingegrepen?
“Nou ja deze plek is al jaren een schrijnend geval. Dus als het ergens had gemoeten, dan hier.”
Maar het zou kunnen dat de woningbouwplannen hier helemaal niet door kunnen gaan vanwege de stikstofproblematiek.

Dan heeft de overheid voor niks ingegrepen.
“Ja, maar dat geldt voor veel meer bouwlocaties. Natuurlijk moet er hier wel compensatie gaan plaatsvinden, dat geldt voor de hele regio Den Haag, waar weinig depositieruimte is. Ik vind het geen gekke plek waar het Rijk heeft ingegrepen, vooral omdat het ook om zo’n groot project en zo veel woningen gaat.”

Deze ingreep is niet in strijd met de Woningwet?
“Nee, die heeft daar niets mee te maken. Ingrijpen van de overheid mag gewoon en heeft altijd gemogen. Er is alleen in het verleden nauwelijks gebruik van gemaakt. Je moet het zien als een stok achter de deur. Als het écht goed misgaat, kan de overheid ingrijpen. Maar het moet niet op grote schaal worden toegepast.”

Bron: Cobouw

 

Gemeenten geven eigen inwoners voorrang bij toewijzing huurwoning

Gemeenten geven eigen inwoners voorrang bij toewijzing huurwoning

Nu de woningnood hoog is, geven veel gemeenten eigen inwoners (weer) voorrang bij het toewijzen van een huis. BNR deed navraag bij woningcorporaties en andere partijen uit de vastgoedsector. ‘In het verleden waren dergelijke eisen heel normaal, maar dat werd weer losgelaten. Nu de crisis op de huizenmarkt toeneemt, halen gemeenten dit middel weer uit de kast’, zegt Bram Klouwen, directeur van woningmarktadviesbureau Companen.

 

Het gebeurt onder meer in en rond Amsterdam, maar ook op andere plekken maken gemeenten afspraken met corporaties. ‘In de regio Leiden hebben Katwijk, Alphen aan den Rijn en Noordwijk zulke afspraken gemaakt’, zegt Klouwen. Ook Vestia ziet een tendens dat gemeenten steeds vaker eigen inwoners voorrang geven. Dat zou met name spelen in de regio’s Haaglanden en Rijnmond.

‘Het zorgt voor scheve ogen’                                                        
Volgens Paulus Jansen, directeur van de Woonbond, is dit niet de oplossing van het probleem. ‘Een muur om je stad bouwen helpt niet. Een buitenstaander die al jaren op de wachtlijst staat bij een corporatie, ziet daardoor zijn kansen slinken. Dat zorgt voor scheve ogen.

Bron: Radar

 

Kabinet wil alleenstaanden uitsluiten van sociale huur

Alleenstaanden met een middeninkomen boven de 35.000 euro bruto komen niet meer in aanmerking voor een sociale huurwoning, als het aan het Kabinet ligt.

Een slechte zaak. Kopen of duur huren in de vrije sector is voor deze groep vaak onbereikbaar en onbetaalbaar. 140.000 huishoudens kunnen straks geen betaalbare woning vinden.

Huursector op slot
Dit gaat grote problemen opleveren voor veel huurders en woningzoekenden. Van starters met een bescheiden middeninkomen tot alleenstaande senioren in een te grote woning die graag willen doorstromen naar een kleinere gelijkvloerse woning. De huursector gaat voor hen nog verder op slot.

Doe een melding
De Woonbond is tegen het verlagen van de inkomensgrens. Zij zijn op zoek naar voorbeelden van huurders en woningzoekers die door deze maatregel in de problemen komen. Brengt deze maatregel u in de problemen? Doe een melding op de site van de Woonbond u kunt de link https://www.woonbond.nl/meldpunt-huuralarm kopiëren en plakken in de adresregel. De meldingen helpen de Woonbond de huurdersproblemen onder de aandacht te brengen bij media en politiek.

Bron: Woonbond