Sociaal Huurakkoord legt huurstijging verder aan banden

Het bestuur van de Woonbond en dat van corporatiekoepel Aedes zijn het eens geworden over een Sociaal Huurakkoord. De huurprijzen voor sociale huurders bij corporaties zullen daardoor de komende jaren minder hard stijgen, en lagere inkomens kunnen huurbevriezing of huurverlaging krijgen.

Dat maakten de Woonbond en Aedes op dinsdag 18 december bekend. Het was moeilijk tot een akkoord te komen, omdat het huidige kabinet de belastingdruk voor corporaties op laat lopen en er veel woningen bijgebouwd moeten worden én veel bestaande woningen verduurzaamd moeten worden. Betaalbare huren hebben zowel voor de Woonbond als Aedes prioriteit, en de partijen zijn daarom blij dat ze er uit gekomen zijn.

Trend keren
Paulus Jansen: ‘Er zijn nog steeds te veel huurders die maandelijks moeite hebben de huur te betalen. De trend dat de huren harder stijgen dan de inflatie en de inkomensontwikkeling van het grootste deel van de huurders moet worden gekeerd. Dat doen we door de huurstijgingen te beperken en in te zetten op het verlagen van woonlasten bij verduurzaming van huurwoningen én door de huurprijzen voor sommige huurders met een laag inkomen te bevriezen of te verlagen’.

Huren stijgen maximaal met inflatie
De huurprijzen van sociale huurwoningen van een corporatie kunnen gemiddeld maximaal met inflatie stijgen. Dat is een procent lager dan nu het geval is. De huurstijgingen worden hierdoor verder afgeremd. Het gaat hier om de stijging van de huurprijzen van een corporatie bij elkaar (de huursom). Corporaties hebben ook de mogelijkheid bij sommige huizen de huur iets meer of minder te verhogen, bijvoorbeeld als die huur relatief laag of hoog is voor de kwaliteit van het huis.

Huurbevriezing of huurverlaging
Huurders met een relatief hoge huur voor hun inkomen, kunnen huurbevriezing aanvragen. Het gaat om huurders die qua inkomen in de huurtoeslagdoelgroep vallen, en een huurprijs hebben boven de voor hun geldende aftoppingsgrens (afhankelijk van huishoudgrootte net onder of net boven de €600,-). Huurders met een huurprijs boven de liberalisatiegrens die een inkomensdaling hebben gehad, waardoor ze in de huurtoeslagdoelgroep vallen, kunnen huurverlaging krijgen. Niet alleen betalen ze dan minder huur, ze komen met een huur onder de liberalisatiegrens ook in aanmerking voor huurtoeslag.

Woonlasten omlaag door verduurzaming
De komende jaren moeten er miljoenen huurwoningen worden verduurzaamd. Bij verduurzamende renovaties spreken Woonbond en Aedes af dat de gemiddelde reële besparing op de energierekening hoger is dan de stijging in huur of servicekosten bij renovatie. Zo verwachten ze dat huurders er bij verduurzaming op vooruit gaan, doordat de woonlasten dalen.

  • De afspraken uit het Sociaal Huurakkoord zijn als volgt:
    De huurprijzen van sociale huurwoningen van een corporatie kunnen gemiddeld maximaal met inflatie stijgen. Dat is een procent lager dan nu het geval is. De huurstijgingen worden hierdoor verder afgeremd. Het gaat hier om de stijging van de huurprijzen van een corporatie bij elkaar (de huursom). Corporaties hebben ook de mogelijkheid bij sommige huizen de huur iets meer of minder te verhogen, bijvoorbeeld als die huur relatief laag of hoog is voor de kwaliteit van het huis.
  • De huur wordt niet verhoogd (‘bevroren’) bij huurders die een huur hebben die relatief te hoog is in relatie tot hun inkomen.
  • Huurders die een huurprijs boven de sociale huurgrens (710,68 euro in 2018) betalen en een inkomensdaling hebben gehad, krijgen huurverlaging.
  • De komende jaren moeten er miljoenen huurwoningen worden verduurzaamd. Bij verduurzamende renovaties spreken Woonbond en Aedes af dat de gemiddelde reële besparing op de energierekening hoger is dan de stijging in huur of servicekosten bij renovatie. Zo verwachten we dat huurders er bij verduurzaming op vooruit gaan, doordat de woonlasten dalen.
  • Corporaties, huurdersorganisatie en gemeente kunnen afspreken dat er extra ruimte nodig is om de huur te verhogen. Dat kan met maximaal 1 procent. Bijvoorbeeld als er geld nodig is om in de regio nieuwe huizen te bouwen, maar de corporatie onvoldoende investeringscapaciteit heeft.
  • Als er een nieuwe huurder in een huis komt, kunnen corporaties de huur opnieuw vaststellen, passend bij het huis en het inkomen van de nieuwe huurders.

Bericht van de Rijksoverheid
Voor wijziging van wat in de berekening van de maximale huursomstijging per corporatie per kalenderjaar meetelt en wat niet, moet eerst de wet worden aangepast en dat lukt niet vóór 1 januari 2019. Daarom kan die afspraak uit het concept Sociaal Huurakkoord nog niet voor 2019 in de wetgeving geregeld worden. Maar corporaties mogen uiteraard in de lijn van het Sociaal Huurakkoord hun huursomstijging in 2019 zoals die nu geldt (inclusief huurharmonisatie) op vrijwillige basis beperken tot minder dan 2,6 procent.

Maximale huurverhoging per woning:
4,1 procent voor huishoudens met een inkomen tot en met 42.436 euro;
5,6 procent voor huishoudens met een inkomen boven 42.436 euro.

Huishoudens van 4 of meer personen en huishoudens waarbij iemand de AOW-leeftijd heeft bereikt, zijn uitgezonderd van de hogere huurverhoging. Dat geldt ook voor bepaalde groepen chronisch zieken en gehandicapten. Voor al deze categorieën geldt een maximale huurverhoging van 4,1 procent.

Voor onzelfstandige woningen (kamers), woonwagens en standplaatsen mag de huur vanaf 1 juli 2019 met maximaal 3,1 procent worden verhoogd.

Achterban
Zowel Aedes als Woonbond leggen het Huurakkoord op korte termijn voor aan de achterban.

Bron: Woonbond, Aedes en de Rijksoverheid